Om bezetmelders in Rocrail te gebruiken, moeten deze geconfigureerd worden. Bezetmelders worden in Rocrail 'melders' genoemd (in het engels: sensors), en vormen de basis van het automatisch rijden.
Naamgeving Melders
Om sensors effectief te gebruiken is het belangrijk om een consequente naamgeving te gebruiken. Dit maakte het zoeken eenvoudiger, en voorkomt verwarring. Elke naam moet uniek zijn, en het is het handigst om namen te gebruiken die aansluit op de naamgeving van de modelbaan.
Ik gebruik zelf letters voor de modules, en alle andere items hebben namen die daarvan afgeleid zijn.
Configureren melders in Rocrail
Om een sensor te configureren moeten de volgende zaken ingevuld worden:
Allereerst in de tab 'General':
- ID, dit is de unieke naam, zonder spaties en leestekens
- Description, hier kun je een leesbare naam invullen
En daarna de tab 'Interface':
- Interface ID: de naam van de centrale
- Address: dit is het nummer die door de S88 melders wordt gebruikt. Je kunt hier in eerste plaats een dummy nummer invullen en via onderstaande methode de werkelijke nummers achterhalen.
Uitlezen sensors in Rocrail
De adressering van sensors varieert per centrale en is nogal een ingewikkeld verhaal. In de documentatie van Rocrail wordt dit uitgebreid behandeld, maar ik gebruik een praktische manier om de nummers te achterhalen:
Via het menu 'control' in Rocrail is er een optie 'sensor monitor'. Als je deze aankiest en open laat staan, kun je zien welke sensoren getriggerd worden als je handmatig een loc rond laat rijden op de baan. Zo kom je dus aan de nummers. Het is zelfs mogelijk om met 'drag and drop' het nummer op de betreffende sensor in je baanplan te gooien, deze wordt dan automatisch gewijzigd.
De reden dat dit handig kan zijn is het feit dat als je S88 sensoren gebruikt, de nummering wel eens omgegooid kan worden als je de volgorde van de bekabeling wijzigt. Bijvoorbeeld bij modulebanen is dit eerder regel dan uitzondering.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten