Als je een grotere modelbaan hebt, ontkom je er niet aan om meerdere boosters te gebruiken. Als je de hoofdbooster gebruikt van je centrale, is deze meestal genoeg om meerdere locs te gebruiken, maar de lengte van de baan en de kabels maken het raadzaam om de baan in secties te verdelen die apart met een booster gevoed mohgeten worden. Hierbij komen een aantal belangrijke zaken om de hoek kijken:
- Ringleiding
- Kabeldiameter
- Baanspanning
- Capaciteit van de boosters
Ringleiding
Om het DCC-signaal over de modelbaan te verspreiden, is het nodig om het signaal uit de booster naar meerdere plekken op de baan te brengen. De meest gebruikte manier om dit te doen, is middels een 'ringleiding', die vanuit de booster het signaal naar de verschillende plekken op de baan brengt. Vanuit de ringleiding gaat het signaal oftewel direct naar de rails, of naar de ingang van een bezetmelder.
Kabeldiameter
De gebruikte kabel is belangrijk bij een ringleiding. Als je bijvoorbeeld 5 meter kabel gebruikt met een doorsnede van 0,1 mm², is het spanningsverlies bij een stroom van 2 Ampère al 1,8 volt. Zeker bij meerdere locomotieven op de baan is het dus raadzaam om zo dik mogelijke kabel te gebruiken. Je kunt bijvoorbeeld elektrakabel gebruiken van 1,5 mm².
Baanspanning
De baanspanning is bij analoge sturing meestal tussen de 12 en 14 volt. Bij DCC is dit afhankelijk van de gebruikte booster, meestal ergens tussen de 15 en 20 volt. Het is belangrijk om bij gebruik van meerdere boosters deze spanning gelijk te houden.
Capaciteit van de boosters
Bij een grotere baan is de capaciteit van de booster erg belangrijk. Een DCC-lok verbruikt ongeveer 0,4 tot 1,5 Ampère, dus als je een druk verkeer op je modelbaan hebt, kan het aardig oplopen. Ik hou meestal aan dat ik per module 1.5 Ampère nodig heb.
De capaciteit van de door mij gebruikte boosters is als volgt:
| Booster | Capaciteit |
|---|---|
| Roco booster | 3,5 Ampère |
| OpenDCC Booster2 | 4 Ampère |
| RCU Booster | 1,5 Ampère |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten